Jef Aerts

Krijgt kinder- en jeugdliteratuur genoeg aandacht in Vlaanderen? 

Kinder- en jeugdboeken kunnen nooit genoeg aandacht krijgen. Het is de allerbelangrijkste literatuur die er bestaat. Ze openen ogen, reiken nieuwe inzichten aan. Sommige boeken die we als kind lazen dragen we een heel leven mee. Daarom pleit ik ervoor dat àlle gezinnen samen met hun kinderbijslag iedere maand ook een paar hele mooie boeken ontvangen.

Sta je er bewust bij stil dat tekeningen of verhalen de blik van een kind kunnen verruimen? 

Dat is één van de wonderlijke dingen aan schrijven: het stopt nooit. Iedere lezer brengt jouw verhaal en jouw personages op een geheel unieke manier weer tot leven. Soms ziet iemand in een boek dingen die je zelf nooit had kunnen bedenken. En dat verruimt dan weer je eigen blik.

Heb je bewust gekozen om voor kinderen te schrijven of tekenen of is dat eerder toevallig zo gekomen? 

Ooit begon ik als schrijver van romans, poëzie en theaterstukken voor volwassenen. Maar ook hierin liet ik vaak jonge hoofdpersonages aan het woord. In 2012 bedacht ik dat ik wel genoeg had geoefend, en klaar was voor het échte werk. Toen begon ik boeken te schrijven voor iedereen - van zo jong tot zo oud als je zelf wil.

Hoe zou je je eigen werk omschrijven? Wat is het meest kenmerkend voor jouw stijl? 

Ik schaaf erg lang aan een gelaagd verhaal dat tegelijk spannend, meeslepend en ook ontroerend kan zijn. Hierbij vind ik de taal en de emotionele spanning erg belangrijk.

Heb je bepaalde rituelen voor je start met werken? 

Een kop koffie drinken. En daarna proberen om met een tweede volle kop zonder morsen tussen de opdringerige schapen door tot aan mijn schrijfwagen te komen.

Werk je met een vaste structuur of laat je je leiden door inspiratie? 

Ik denk met mijn vingers. De daad van het schrijven zelf - het tikken op de computer of het krassen op papier - is belangrijk om een verhaal te laten groeien. Iedere keer bedenk ik op voorhand een helder plan in mijn hoofd. Maar zodra ik de woorden op papier zet, gaat het verhaal vaak toch een andere kant uit. Op basis van dat materiaal maak ik dan weer een nieuwe structuur. Zo herwerk ik een tekst onnoemelijk veel keer tot hij helemaal klaar is.

Niets lukt wat je ook probeert...wat doe je met zo’n verloren dag? 

Als schrijver koester ik ook die schijnbaar ‘verloren’ dagen. Je hebt ze nodig om tot een helder moment te komen. Meestal ga ik wandelen als ik het even niet meer weet. En vaak spurt ik dan halverwege weer terug naar mijn schrijftafel.

Wat of wie zijn je grootste inspiratiebronnen? 

Meestal vertrek ik vanuit een gevoel dat ik ooit zelf intens heb beleefd. Dat kan een droevige, spannende of gewoon heel fijne ervaring zijn die me is bijgebleven. Als je als schrijver de kern van je verhaal heel goed voelt, kan je er zoveel fantasie aan toevoegen als je maar wil. Het blijft toch een waarachtig en geloofwaardig verhaal. Daarnaast leer ik veel van mijn eigen kinderen en alle jonge lezers die ik ieder jaar ontmoet. Heerlijk is het ook als een idee zomaar door het raam naar binnen waait of als je erover struikelt op de stoep.

Welk boek las je onlangs? 

Smon Smon van Sonja Danowski. Wonderlijk mooie tekeningen zijn dat.