Neem een kip

In dit derde deel over Joshua en zijn vrienden gaat het niet goed met hem. Hij rouwt om zijn lievelingsoma, maakt de hele tijd ruzie met zijn liefje Lindsey, en weet niet waar hij met zijn leven naartoe moet. En dan keert zijn uitgehuwelijkte soulmate Zivan terug naar Nederland, met haar zoontje, en laat zijn vader hen in hun tuin wonen. Het is uitgerekend de peuter Alan die Joshua terug doet voelen, en weer zin geeft in het leven. 

Het scala aan issues in dit boek is schier eindeloos: armoede, uithuwelijking, racisme, aseksualiteit, jaloezie, depressie, seks (ja, ook dat laatste is een issue). We lezen erover door de ogen van Joshua, en voelen dan ook de zwaarte van zijn problemen. De luchtige stijl van Erna Sassen maakt het draaglijk: korte hoofdstukken, met veel dialogen, woorden in kleiner of groter lettertype, tussen haakjes, voetnoten, soms zelfs haakjes in de voetnoten. Dat maakt het voor sommige lezers wellicht wat springerig, maar reflecteert wel goed een puberbrein. Daarnaast zorgt het ervoor dat het boek leest als een trein. Het feit dat Joshua een groot tekentalent heeft, blijft een goede vondst om het geheel te verluchten met de fijne illustraties van Martijn van der Linden. Heel naturel zie je zo ook visueel hoe Joshua doorheen het boek evolueert van zijn eerste zelfportret als dood vogeltje tot zijn laatste: een groepsportret met alle vrienden, de peuter en de kip. Niet evident voor de Vlaamse lezer zijn woorden als slavink, namen als Rico Verhoeven, maar vooral de talloze afkortingen rond onderwijs: vmbo, havo, hbo, cios, alo.