De glazen dierentuin

De Chinese stad waar de kleine Chao woont is groot en hij groeit steeds groter. Alles, elk plekje in de stad, is nodig voor nieuwe gebouwen. Ze lijken wel een wedstrijd te doen wie als eerst de maan kan aanraken. De stad kreunt en steunt. Met deze woorden schetst Harmen van Straaten op haast poëtische wijze de schrijnende achtergrond van zijn sprookjesachtig en ook spannend verhaal. Want in die stad die kreunt en steunt onder de gebouwenlast bevindt er zich een klein vergeten parkje met een vijver waarin een prachtige karper leeft. Die karper is Chao’s de beste vriend. Chao voert hem lekkere hapjes en vertelt hem wat hij heeft meegemaakt. Maar als hij op een dag een bord aantreft bij de ingang van het park waarop te lezen staat dat het park plaats moet maken voor een nieuw hoog gebouw, slaat de schrik hem om het hart. Gelukkig heeft hij ook een oude vriend die glasblazer is en samen slagen ze er wonderlijk in om het parkje en ook de karper te redden van de bouwpromotoren.

De auteur goot Chao’s avontuur in een raamvertelling. Door de kleine jongen elke avond een mythisch dierenverhaal uit het oosten te laten vertellen, brengt hij niet alleen variatie in zijn verhaal. Zo accentueert hij ook de moed, durf en respect, thema’s die in dit verhaal centraal staan.

De vlot geschreven tekst, rijk maar ook toegankelijk waardoor hij door een brede doelgroep zelfstandig gelezen kan worden vulde Van Straaten aan met eigen illustraties. In de sfeervol geschilderde taferelen zet hij de personages met een rake lijnen expressief neer. Soms lijken ze te dansen waardoor ze de ritmische zinnen tot leven brengen. Heerlijk om voor te lezen, zelf te lezen en een tijd lang weg te dromen in een wereld waarin het goede overwint.