Het komt door de mieren

Dit prentenboek is duidelijk afgestemd op kinderen uit het tweede leerjaar. De tekst is leuk en eenvoudig, zodat ze kunnen luisteren maar het ook zelf al kunnen lezen. Rekenen tot twintig blijkt helemaal niet zo eenvoudig wanneer je aandacht steeds wordt getrokken door een hoopje mieren. Pam probeert ze te tellen, maar verliest er telkens een paar uit het oog. Dan verdelen ze zich ook nog eens in groepjes. Pam blijft tellen en telt opnieuw. Ze hoort echt wel wat de meester uitlegt, maar stilzitten wordt lastig wanneer de mieren steeds weer verdwijnen.

Voor de meester is dat natuurlijk frustrerend. In de klas hoor je op je stoel te blijven zitten. Als één kind opstaat, volgt de rest vaak snel. Zo dreigt de orde te verdwijnen. De kinderen in de klas begrijpen Pam echter wel. Zij herkennen haar nieuwsgierigheid en willen haar helpen in haar zoektocht naar de mieren. Waar de meester vooral chaos ziet, zou je als lezer toch vooral de verwondering en interesse kunnen opmerken.

De illustraties zijn fel gekleurd en levendig. Ze brengen de drukte en de meerstemmigheid in de klas van Pam mooi in beeld. Ook met het lettertype wordt doorheen het boek speels geëxperimenteerd. Dat versterkt de sfeer en maakt het geheel nog dynamischer. Visueel is dit prentenboek dan ook aantrekkelijk voor jonge lezers.