Warm en Knus
En dan heb je plotseling een kleine verrassing in handen. Eerlijk is eerlijk, de kaft sprak me niet onmiddellijk aan. De tekenstijl van Won leek niet zo mijn ding, maar tijdens het lezen sloot ik Warm en Knus in mijn hart en maakte het niet meer uit hoe ze eruit zagen.
De grootste van de twee, Warm, nodigt Knus uit om op avontuur te gaan. Kleine Knus ziet het niet helemaal zitten. Hij heeft zoveel vragen: wat als het niet leuk, ver weg, of koud is ...? Maar bovenal: wat als er geen wc-papier is! Warm probeert hem gerust te stellen, maar de vragen blijven komen. De hoeveelheid woorden die er uit zo’n klein wezentje komt, staat in schril contrast met het minimum aan woorden van Warm. De kolos straalt daardoor een enorme rust uit. Gaandeweg wint Warm het vertrouwen van Knus. Wat is die laatste blij dat hij zijn grote vriend uiteindelijk toch volgt.
Hoe leuk wordt in dit prentenboek aangekaart dat er avonturiers maar ook angsthazen zijn en dat ze samen een krachtig duo kunnen vormen. In mijn ogen gaat het trouwens niet alleen over angst of durven, maar ook over al dan niet nood hebben aan voorspelbaarheid.
Wat Warm zegt, staat in een vetter lettertype dan dat wat Knus zegt. Het helpt voorlezers om er een heerlijk voorleesverhaal van te maken. De vormgeving zit goed en is afwisselend: volledig gevulde pagina’s en kleinere tekeningetjes. Een mooi geheel. Tegen de verwachtingen in, werd ik fan.