Overzee

In de bundel 'Overzee' staan drie zeeverhalen. Ze hebben behalve het thema ook de illustratrice, Annemarie van Haeringen gemeen. De illustraties zijn zwierig en heel expressief en vullen soms volledige dubbele pagina's.
Het eerste verhaal 'Malmok' van Sjoerd Kuyper gaat over een stipte, wat bange pelikaan. Hij is altijd op tijd, behalve deze keer. En dat gebeurt net tijdens een grote storm. Al zijn vrienden zijn ongerust. Als hij eindelijk komt opdagen weigert hij een bek open te doen wat ze ook proberen. Tot ze in de verte een huilende vrouw in een bootje 'Dushi, dushi' horen roepen. Dan horen ze vanuit de snavel van Malmok een geluidje. Malmok twijfelt even maar dan opent hij zijn snavel en daarin zit een zwart babymeisje. Dolgelukkig zegt de vrouw: "Je bent een held Malmoek, je hebt mijn kind gered, en het ook teruggegeven!". De ietwat onopvallende Malmok wordt meteen ook de held van de pelikanenkolonie. Een mooi verhaal over durf en loslaten.
In 'Wat niemand weet' vertelt Tonke Dragt waarom er geen eenhoorns meer zijn. Ze gaat daarvoor terug tot de zondvloed. Noach voltooit zijn Ark en stuurt zijn drie zonen erop uit om van elke diersoort, behalve de vogels en de vissen, een paar te zoeken en naar de Ark te brengen. Dat lukt met enige moeite. Alleen de eenhoorns blijven onvindbaar. Als de Ark vertrekkensklaar, en het al flink aan het regen is, komt het eenhoornmannetje aanrennen. Hij zegt dat eenhoorns vrij willen zijn en dat ze wel achter de Ark aan zullen zwemmen. Als ook de laatste bomen onder water verdwenen zijn, zoeken de vogels een stek om zich aan vast te klampen. Ze zien nog twee hoorns boven het water uitsteken en klampen zich daaraan vast. Maar de eenhoorns die al diep in het water gezakt waren, worden daardoor te zwaar en zinken. Onderwater veranderen ze echter. En als je vandaag nog nakomelingen van de land-eenhoorns wil zien, dan moet je naar de noordelijke zeeën gaan, want daar leven de zee-eenhoorns, de narwals. En wie weet, als het klimaat verder opwarmt, en als de zeeën weer gaan stijgen, veranderen die misschien weer in land-eenhoorns. Maar dan moeten er wel nog voldoende grote bossen zijn.
Heel mooi schetst de auteur het verloop van de voorbereiding van de Ark en de zondvloed zelf. Haar uitleg dat de narwal eigenlijk een eenhoorn is ook plausibel en alleszins goed gevonden. Er zit een duidelijke, ecologische boodschap in dit mooie verhaal.
In 'Het begin van de zee' van Annemarie van Haeringen, gaat het zwarte jongetje Kofi naar een tentoonstelling van zeegezichten. Hij is ontgoocheld omdat hij nergens de zee volledig kan zien. Hij besluit dan om zelf de zee te schilderen. Maar dan stelt zich de vraag: waar is het begin van de zee? Kofi neemt een boot en gaat op zoek. Maar op elk strand vindt hij alleen een einde, geen begin. Volgens een garnalenvisser moet dat ergens in het midden liggen. Daar ziet Kofi inderdaad iets wat op een spuitende blote buik lijkt. Als hij ertegenaan vaart, zwemt de buik echter weg. Bij hoog water denkt Kofi het begin te vinden, tevergeefs. Bij laag water zal er misschien een stopje te vinden zijn langswaar het water binnen en buiten stroomt, denkt hij. Al zijn zoeken levert niets op. Moedeloos zit Kofi aan het strand. Dan komt er een oude botenbouwer. Hij voorspelt storm en zegt dat dat het uitgelezen moment is om op zee te gaan en het begin van de zee te zien. Het begint heel hard te regenen en de botenbouwer zegt: "Zie je nu, het begin van de zee valt uit de lucht." En wat schildert Kofi: donkere wolken met regen erin. Een mooi afgerond verhaal dat kleuters aanzet om zelf aan het schilderen te gaan en dat mogelijkheid geeft om over door te praten.
De drie verhalen dragen of een sterk intercultureel of een ecologisch tintje, maar het is nergens storend. Het zijn veelal zwarte hoofdpersonen die je op de prenten ziet. Het verhaal over de eenhoorns vond ik het sterkst.