12+ | 2017
Amsterdam : Querido
ISBN 978-90-451-2131-4
FICTIE , 53 p. , €15.00
gelijmd
Vind dit boek in je bibliotheek!
waar in de bibliotheek

Onbreekbaar

Hans Hagen (auteur) Deborah van der Schaaf (illustrator)

In deze gedichtenbundel werden 31 gedichten verzameld. Het is een kennismaking met poëzie voor jongvolwassenen. De gedichten zijn een mengeling van ernst en speelsheid. De kaft illustreert mooi de titel nl. een gebroken vlinder, die terugkomt bij het eerste gedicht. De titel verwijst naar het gedicht op bladzijde 49: "Onbreekbaar staat er op mijn oude kammetje - als het eerste tandje afbreekt, staat het er nog steeds onbreekbaar". Onbreekbaar komt terug bij verschillende gedichten met als titel: Kersen, Kam, Dans. De meeste gedichten nemen één bladzijde in beslag. Ze raken en ontroeren je en zijn tegelijk heel toegankelijk voor de jonge lezers. De auteur maakt met eenvoudige woorden prachtige gedichten over alledaagse situaties, liefde n over het leven. Ze lijken op het eerste zicht eenvoudig maar ze doen je nadenken en roepen heel wat gevoelens op. De illustraties in de vorm van fotocollages zijn eenvoudig, mooi en passend. Bij het gedicht 'herfst' bijvoorbeeld wordt een gedroogd blad in stukken afgebeeld. Na het gedicht 'regina' volgt een dubbele pagina waarop bloemblaadjes in de vorm van een vogel werden geschikt. Zowel de gedichten als de prachtige illustraties geven rust. Het gedicht 'ontroeren' stond eerder in de bundel Salto Natale. 'Kersen' stond in een andere vorm in 'Dichter'. Het gedicht 'letspo' betekent 'opstel' en is in spiegelbeeld gespeld. Het vraagt enige aandacht om dit gedicht te lezen. Tussen de verschillende gedichten kan je een zekere verhaallijn bespeuren. Poëzie geeft op zich al rust maar dit wordt extra benadrukt in dit mooie boekje.

wat is het waard
dat jouw hoofd zacht op mijn schouder
dat jouw lach op mijn gezicht
dat we samen lief en ouder
dat we samen in het licht
dat we alles willen geven
dat jouw handen in mijn schoot
dat we samen eeuwig leven
dat we samen eeuwig dood

Hilde de Boeck
Gedichten