Noanouk
Noanouk van Michaël Boele van Hensbroek vertelt het verhaal van Manouk en Noa, twee vijftienjarige meisjes die elkaar op school leren kennen en meteen een hechte vriendschap opbouwen. Manouk werkt graag in het laboratorium van haar moeder, waar onderzoek gedaan wordt naar het 3D‑printen van dieren. Wanneer Noa ongeneeslijk ziek blijkt te zijn, besluit Manouk dat ze haar vriendin koste wat kost wil redden. Hun vriendschap krijgt een futuristische draai wanneer Manouk in Los Angeles in contact komt met onderzoek rond 'mind exchange', wat haar op het idee brengt om Noa een nieuw lichaam te geven – een plan dat even liefdevol als ongeloofwaardig is.
Het boek leest vlot en de auteur, zelf kinderarts, beschrijft het ziekteproces van Noa overtuigend en genuanceerd. De vriendschap tussen de twee meisjes krijgt vorm met warmte en empathie. Tegelijk schuift het verhaal steeds verder richting sciencefiction: van bioprints tot bewustzijnsoverdracht.
Voor sommige lezers zal precies dat futuristische element de aantrekkingskracht vormen: de combinatie van wetenschap, ethiek en vriendschap is origineel en biedt stof tot nadenken. Voor anderen, en daar sluit ik me bij aan, voelt het geheel soms wat vergezocht, zeker omdat het verhaal zich in het hier en nu afspeelt en de gebeurtenissen zo concreet worden beschreven dat het bijna wérkelijk moet lijken. Die spanning tussen geloofwaardigheid en verbeelding wordt niet altijd volledig ingelost.
Toch is Noanouk een verhaal dat emotioneel kan raken. Het beschrijft een hechte vriendschap, de angst voor verlies en de hoop die je soms maar moeilijk wilt loslaten. De thematiek rond ziekte en afscheid wordt met zorg benaderd, en wie houdt van technologische ‘wat als’-scenario’s kan zich helemaal verliezen in de ideeën die Boele van Hensbroek opwerpt.