Lena's vuur

Lena is een meisje dat op zoek is naar haar eigen ik, ze kent haar verleden niet. Ze woont niet bij haar ouders, maar groeit op in een kasteel, waar verschillende mensen voor haar zorgen. Lena voelt zich anders dan de anderen, ze beschikt over bovennatuurlijke krachten: ze is af en toe helderziende. Ze heeft ook een groen en een grijs oog. Ze danst met de geiten en zegt dat ze zelf een geit is. Als op een dag een gezin intrekt in de conciërgewoning van het kasteel, gaat ze veel om met de zoon. Samen ontdekken ze de relaties tussen de dorpslui. Lena komt te weten dat haar échte vader bij blinde Jeanne woont en haar moeder overleden is bij een huisbrand kort na haar geboorte. Lena's bestemming is om terug bij haar vader te gaan wonen, die door de brand en het overlijden van haar moeder, gek geworden is en sindsdien bij blinde Jeanne woont. Als teken voor haar vriend dat ze haar thuis gevonden heeft, steekt ze boven op de berg 'De Kaalkop' haar vuur aan. Dit is een boek dat vol beeldspraak staat. Fantasie en realiteit lopen vaak parallel, dat maakt het verhaal moeilijk. Poëzie luistert het geheel op; het verhaal is vooral gevoelsmatig geschreven en dit op een beeldende wijze. Er gebeurt zeer weinig in het verhaal: er is het dorp, de ‘Kaalkop’ met zijn toeristische betekenis voor de dorpsgenoten en Lena die probeert te achterhalen van wie zij afstamt. Het is de suggestieve manier van schrijven die het zo apart maakt.