Klipperdeklop

Alles begint bij het paard, dat kandidaten vraagt om een ritje op zijn rug te maken. Achtereenvolgens komen de poes, de hond, het biggetje en de eend. Als het paard zich in beweging zet, gaat het van "Klip-klop, klipperdeklop". De dieren vragen om sneller te lopen. En dat doet het paard. Ook de tekst wordt groter en lijkt sneller en groter over de bladzijden te vliegen. "Klipperdeklop, klipperdeklop". Tot de dieren 'STOP' roepen en dan vliegen ze er alle vier af, recht de hooiberg in. "NOG EEN KEER!", roepen Poes en Hond en Big en Eend. Het herhalingselement, de geluidsnabootsingen en de actie maken dit boek bijzonder geschikt voor jonge kinderen. De illustraties zijn duidelijk en heel aantrekkelijk.