Iris

Sinds haar moeder en diens vriend Gijs een tweeling hebben gekregen voelt Iris zich eenzamer dan ooit. Vroeger had ze haar moeder voor zich alleen en nu gaat alle aandacht naar de tweeling. Iris voelt zich in de steek gelaten door haar eigen moeder en is echt onhandelbaar. Ze besluit weg te gaan, want niemand zou haar missen. De maatschappelijk werkster plaatst haar tijdelijk in een pleeggezin waar ze zich even kattig en vervelend gedraagt. Haar vriend Bart komt haar opzoeken; hij vindt dat ze eens ook aan anderen moet denken en niet steeds aan zichzelf. Maar Iris heeft er geen oren naar. Na het pleeggezin kan ze terecht in een leefgroep, maar daar zijn nog meer regels die ze moet in acht nemen. Iris negeert alles: ze komt te laat voor het eten, ruimt nooit op, doet geen karweitjes. Ze heeft met iedereen ruzie. Ze beseft dat het haar schuld is, maar ze kan zich gewoon niet positief opstellen. Wanneer Thijs in de leefgroep komt, voelt ze dat hij bij haar iets teweeg brengt, dat ze verliefd gaat worden. Maar ze wil zich niet hechten aan iemand. Ze mist alleen haar moeder, die heeft ze nodig.
Een gevoelige jeugdroman waarin een zeer actueel thema wordt aangesneden. Er zijn meer en meer samengestelde gezinnen waar veel van de samenwonenden gevraagd wordt. Soms botsen karakters en is het goed om een beetje afstand te nemen. Dit verhaal is goed geschreven, niet overdreven. Sommige jongeren gaan er zich in terug vinden, anderen gaan beseffen hoe goed ze het thuis hebben.