Het hekkenhuis. Op bezoek bij King Lear
Jackson heeft iets gedaan wat hem niet loslaat. Zijn juf ligt in het ziekenhuis, en hij voelt zich schuldig. Maar Jackson kan geen sorry zeggen, hij wilt het wel maar hij krijgt het niet over zijn lippen. Op aanraden van zijn juf moet hij wekelijks het Hekkenhuis een bezoekje brengen: een vreemd opvanghuis waar niets helemaal normaal lijkt. Hij heeft geen benul wat hij daar moet gaan doen. Maar eenmaal daar ontmoet hij bijzondere bewoners – een ridder, een koning, een meisje dat propjes schiet – die hem doen nadenken. en langzaam leert hij wat het betekent om fouten te dragen, en verder te gaan. En om sorry te zeggen.
Pepijn Lievens schrijft met een sobere, heldere toon. Hij laat de lezer dicht bij Jackson blijven, zonder uitleggerig te worden. De werkelijkheid en verbeelding lopen door elkaar, maar dat voelt niet verwarrend – eerder als een natuurlijke manier om te tonen hoe een kind denkt als alles te veel wordt.
De personages in Het Hekkenhuis zijn tegelijk absurd en menselijk. Het zijn allen karakters uit boeken. De ene al gekender dan de andere. Dat maakt het lezen best aangenaam en boeiend. Ze helpen Jackson, maar spiegelen hem ook. Hun gesprekken zijn droog, soms grappig, soms ontroerend. Af en toe wordt de fantasie-kant zo merkwaardig dat sommige jongere lezers misschien even puzzelen over wat nu ‘echt’ is en wat niet – de grens tussen Jacksons werkelijkheid en de wonderlijke wereld van het Hekkenhuis is niet altijd helemaal strak. Maar dat kan ook net de charme van het boek zijn.
De illustraties van Lukas Verstraete sluiten mooi aan: eenvoudig, maar met gevoel. Ze versterken de sfeer van het boek – een beetje vreemd, maar ook warm.
Het Hekkenhuis is geen groot avontuur, maar een stille tocht door schuld en troost. Een boek dat je raakt zonder dat het hard hoeft te roepen.