Is 3 te veel?
Is 3 te veel? lijkt op het eerste gezicht een eenvoudig telboekje, maar dat is het maar half. Het tellen is geen doel op zich, eerder een aanleiding om te twijfelen. Want het boek stelt geen vast antwoord voor, alleen een steeds terugkerende vraag: is 3 te veel? Door de flap om te slagen zie je het antwoord.
Elke pagina zet de lezer – of beter: de kijker – op het verkeerde been. Is 3 te veel bij een ijsje? Zijn 3 kuikentjes te veel? De vorm speelt daarin een grote rol. Door de flappen en het omslaan verandert niet alleen het beeld, maar ook de betekenis. Dat nodigt uit tot herlezen, terugbladeren, vergelijken. Is drie te veel? wordt zo een spel dat zich telkens opnieuw laat spelen. En niet zomaar een spel. Een spel met meerdere lagen. Zo krijgen we ook een wip te zien. Hoe kan het dat 3 kevers minder wegen dan 1 kever?
De illustraties zijn aantrekkelijk, helder en toegankelijk. Alles blijft dicht bij de leefwereld van jonge kinderen, zonder het voorspelbaar te maken. Ze verrassen en dat maakt het ook leuk voor de voorlezer.
Zoals goede boeken voor jonge lezers doet dit boek iets subtiel: het leert niet alleen tellen, maar ook relativeren. Het suggereert dat aantallen niet vastliggen, dat context ertoe doet, en dat vragen soms interessanter zijn dan antwoorden. Is 3 te veel? is dan ook geen boek dat je uitleest en weglegt, maar een boek dat je samen bekijkt – en waar “nog eens” bijna automatisch volgt.