Wachten op de barbaren
Het gerucht dat de Barbaren komen, zet de hele stad in rep en roer. Kanonnen worden aangesleept, vlaggen gehesen, medailles opgespeld. De bewoners verwachten de aanval tegen de lunch, voor het vieruurtje, bij het avondeten. De Barbaren kunnen op elk moment komen, en vanuit alle mogelijke hoeken. Maar … ze komen niet.
Wat een sterk boek over de kracht van een gerucht. Zoals dat gaat, is het onduidelijk wie het gerucht lanceert; ze zeggen dat de Barbaren komen. Maar die dreiging maakt wel dat zelfs gewone en vertrouwde dingen er onheilspellend beginnen uit te zien. En de Barbaren worden opgeklopt tot mythische proporties. Heel grappig zijn de mogelijke redenen die aangedragen worden voor het feit dat ze op zich laten wachten. Zeker herkenbaar ook voor kleuters is het argument “Of er is een verjaardagsfeestje waar ze niet onderuit kunnen”, wat wel in schril contrast staat met het opgeklopte afschuwwekkende karakter van de Barbaren.
Barbaren is natuurlijk een term die de oude Grieken al hanteerden voor een volk dat ze niet konden verstaan of waarvan de cultuur hen vreemd overkwam. Dit boek is gebaseerd op het gedicht Wachten op de barbaren van Konstantínos Kaváfis, dat ook de inspiratie vormde voor een werk van J.M. Coetzee. Het biedt absoluut gespreksstof om te praten over angst voor het onbekende, en hoe een heel volk erin meegesleept kan worden.
De illustraties zijn ronduit verrukkelijk te noemen. De stadsbewoners lijken wel Engelse bobbies, met hun hoge zwarte helmen, maar dan in een kindermaatje. Hun zwaardjes lijken van hout of plastic en wanneer de Barbaren op zich laten wachten, eten ze een hamburger met frietjes tussendoor. Hun grote ogen spreken boekdelen, de onheilspellende natuur oogt prachtig donkergroen en -blauw, het vogelperspectief op een mannetje met z’n neus op de kantelen zegt alles. Kortom, een heerlijk boek.