Vos gaat op reis

Vos gaat op reis is een kinderboek dat een moeilijk onderwerp niet uit de weg gaat. Alleen dat al verdient voor mij oprechte lof. Dood en afscheid worden vaak verzacht of vermeden in kinderboeken, maar hier krijgen ze een rustige, eerlijke plek, zonder zwaar te worden.

We reizen mee met vos, eland, beer, lama, wolf en toekan, een bont gezelschap waarin elk dier zijn eigen duidelijke karakter heeft. Die karaktertrekken zijn misschien wat uitvergroot, maar voor een jonge doelgroep werkt dat net heel goed. Je leert de dieren snel kennen en voelt hoe ze, ondanks hun verschillen, naar elkaar toe groeien. Hun gezamenlijke droom om het noorderlicht te zien, verbindt hen en zet het avontuur in gang.

De expeditie zelf is geen spannend spektakel vol gevaar, al zorgt de schrijver er wel voor dat niet alles even vlot verloopt. Zelfs de bosbrand voelt een beetje “saai” aan. De echte kracht van het verhaal zit elders. Terwijl de reis vordert, sluipt er stilaan iets anders binnen. Beetje bij beetje wordt duidelijk dat vos ziek is. Dat komen we beetje bij beetje te weten, zonder grote woorden, waardoor je als lezer langzaam meegroeit naar het onvermijdelijke. Wanneer het moment van afscheid aanbreekt, komt het niet als een schok, maar als iets waar je emotioneel al op voorbereid bent.

Wat dit boek extra bijzonder maakt, is de wetenschap dat de schrijver zelf terminaal ziek was en dit verhaal zag als een afscheid. Die laag voel je doorheen het hele boek. Het maakt Vos gaat op reis niet alleen een warm en ontroerend verhaal voor kinderen, maar ook een boek dat zijn nabestaanden zullen koesteren.