10+ | 2013
Rotterdam : Lemniscaat
ISBN 978-90-477-0532-1
FICTIE , 151 p. , €13.95
gebonden
Vind dit boek in je bibliotheek!
waar in de bibliotheek
Lijst boekhandels

Vlieg!

Marco Kunst (auteur) Philip Hopman (illustrator)

Marius is elf jaar. Hij woont met zijn ouders en broer aan zee. Niet ver bij hen vandaan woont opa. Op de weg naar opa's huis staat een 'gekkenhuis'. Marius is een angstige en tobberige jongen en hij is doodsbang van een van de patiënten van de instelling, die ze Vogelpoep noemen. Daarom neemt hij liever een omweg om bij opa te komen. Want met opa kan Marius het heel goed vinden en aan opa kan hij alles vertellen. Thuis komt de timide jongen niet aan bod. Zijn vader is piloot en heeft weinig tijd en geduld. Moeder is een zwakke figuur en oudere broer Pieter is een haantje en een pestkop zonder scrupules.
Het boek volgt Marius door de vier seizoenen van een jaar. Opa is expert in het vliegers maken. Samen met Marius maakt hij een tetraëdische doosvlieger. Op p. 57 lees je dat een tetraëder een regelmatig viervlak is, opgebouwd uit driehoeken. Tijdens het knutselen is er veel tijd om te praten met opa. Tot hoofdstuk 12 lijkt het een mat verhaaltje te worden, maar dan komt er vanaf hoofdstuk 13 spanning in het verhaal. Een jongen uit Pieters klas vraagt Marius om op wacht te staan in een leegstaand huis. Alhoewel hij doodsbang is, durft Marius niet te weigeren. Dan ziet Marius Vogelpoep naar het huis komen ... Aan opa vertelt hij wat er gebeurd is, want Marius is banger dan ooit voor Vogelpoep. Opa vertelt hem hoe Vogelpoep aan zijn naam kwam. Zo hoort Marius dat het opa was die als kleine jongen de scheldnaam uitvond. Die scheldnaam is doorgegaan op de zoon en de kleinzoon van Vogelpoep. Opa heeft nog steeds schuldgevoelens over wat hij toen deed maar zich excuseren wil hij niet. Ondertussen zet Pieter het pesten onvermoeid voort. Als het lente wordt, sterft opa. Marius erft een doos met het vliegerboek en met een brief met excuses voor de kinderen van Vogelpoep. Alles lijkt goed te worden, want Marius slaagt erin om voor het eerst met zijn vader te praten.
Het boek maakt de gevolgen van pesten op lange termijn duidelijk. Het verhaal groeit en wordt boeiender vanaf de helft. Wat taal betreft: 'van de zomer' lijkt me dialectisch en wat 'vieze meuk' mag zijn, weet ik niet.

Annie Beullens
Pesten | Gezin | Bang zijn | Grootouders