Offerkind
Aïn woont in Fatwa, het Veluwe van zo'n vierduizend jaar geleden. Ze drinken linzenpap, slapen op strobedden. Hun dorp wordt begrensd door grafheuvels. Daarachter komen ze nooit. Het is er heel gevaarlijk. Aïn wordt regelmatig lastiggevallen door haar broer Aab. Hij ziet in Aïn z'n eerste vrouw maar Aïn weigert om z'n vrouw te worden. Op een dag komt een vrouw, verkleed als man, hun dorp bezoeken. Als vrouw alleen reizen is gevaarlijk. Daarom is ze verkleed. Maar ze wordt niet hartelijk ontvangen in hun dorp. De vrouw vertelt over het zeepaleis. Aïn Is enorm geboeid door de barnsteen uit de zee die de vrouw bij zich heeft. Aïn droomt ervan om de zee ook te zien. Wanneer Aïn op een morgen frambozen gaat plukken, wordt ze lastiggevallen door Aab. Tijdens een gevecht steekt ze hem met een stok in z'n oog en buik. Aab sterft en wordt door Aïn verstopt in de struiken. Maar Kraai is getuige. Hij is het buitenbeentje in het dorp. Hij is een halfbloed, kent z'n vader niet en wordt niet geaccepteerd door de familie. Hij krijgt steeds de vuilste werkjes. Hij gebruikt z'n getuigenis om samen met haar het dorp te ontvluchten en op zoek te gaan naar een beter leven. Het wordt een levensgevaarlijk tocht langs dreigende grafheuvels en door gevaarlijke moerassen. Het geheim van Aïn blijft haar achtervolgen. Overal waar ze komt, wordt ze als heks beschouwd. Nergens is ze als meisje veilig. Ze is blij dat Kraai met haar is gevlucht maar het blijft een moeilijke verhouding tussen hen beiden. Kraai wil een toekomst samen, maar Aïn wil haar vrijheid behouden. Zal ze ooit de zee bereiken?
Het verhaal start met een flash-back waarbij een jongen die rondtrekt om z'n handelsmerk te verkopen omkomt in het moeras. Later in het boek vindt Aïn de zware zak met gereedschap van die jongen terug. Dat gereedschap komt Kraai en Aïn goed van pas om te overleven op deze gevaarlijke tocht. Het verhaal wordt meestal verteld vanuit het standpunt van Aïn. Slechts af en toe lees je een hoofdstuk verteld vanuit het standpunt van Kraai. De twee jongeren zijn de hoofdpersonages in dit verhaal. Ze worden levensecht voorgesteld. Aïn is een pienter meisje dat haar tijd ver vooruit is wat betreft gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Ze gaat in tegen de wil van haar vader die andere plannen heeft voor haar. Kraai en Aïn kennen weinig over de wereld buiten hun dorp. Aïn is heel zelfstandig. Toch heeft ze Kraai nodig om te kunnen overleven. Kraai daarentegen is stiekem verliefd op Aïn. Maar het enige dat Aïn wil is haar vrijheid.
Het verhaal maakt je als lezer nieuwsgierig naar het leven in die tijd. Het is een vrij ongekende tijd. Dankzij veel informatie wordt een waarheidsgetrouw verhaal neergezet met enorm veel weetjes over het leven toen. De combinatie fictie en geschiedenis is heel goed gelukt. Het verhaal is geïnspireerd door de vondst van een massagraf uit de bronstijd. De lijken dateerden van ruim vierduizend jaar geleden. Dat lees je achteraan in het boek. Tegelijkertijd vind je er ook een woordenlijst waarin oude en vreemde woorden worden uitgelegd. Het boek is een pareltje aan informatie uit die tijd. Terecht dat dit boek al zoveel malen is herdrukt.