12+ | 2010
Callenbach
ISBN 978-90-779-4243-7
FICTIE , 518 p. , €19.50
gebonden
Vind dit boek in je bibliotheek!
waar in de bibliotheek
Lijst boekhandels
tweedehands boeken

Liverpool Street

Anne Voorhoeve (auteur)

Dit dikke boek (518 p.) bestaat uit drie boeken en bestrijkt de periode tussen 1938 en 1950. Het gaat over de tweede wereldoorlog, over zijn voorbereiding en zijn gevolgen. De hoofdpersoon Franziska (Ziska) Mangholt woont in Berlijn. Ze is Joods van origine maar haar ouders hebben zich bekeerd tot het christendom. Dat maakt echter geen verschil voor de nazi’s. De familie ondergaat de pesterijen en vervolging net zo goed als hun orthodoxe lotgenoten. In het eerste boek 'Survival plan' gaat het over de periode 1938-39. Ziska en haar vriendin Rebekka (Bekka) Liebich hebben een kaart gemaakt waarop schuilplaatsen staan aangegeven en waarin ze hopen te ontkomen als hun vroegere klasgenoten het op hen gemunt hebben. Ze beleven de Kristalnacht en thuis bij Ziska wordt alles kort en klein geslagen. Haar vader wordt opgepakt en naar het concentratiekamp Sachsenhausen gebracht. Het gezin had papieren om naar Shanghai te emigreren maar Ziska’s moeder weigert te vertrekken zonder haar man. De relatie tussen moeder en dochter is nooit erg close geweest en als haar mamu (moeder) alles in het werk stelt om Ziska op één van de laatste kindertransporten naar Engeland te krijgen, heeft Ziska het gevoel dat haar moeder van haar af wil. Daar komt nog bij dat Ziska de plaats innneemt die voor haar boezemvriendin bestemd was. Ze nemen geen afscheid want Bekka is boos en Ziska wordt opgezadeld met schuldgevoelens. In Engeland blijkt het pleeggezin zich bedacht te hebben en zo komt Ziska in een opvangtehuis terecht. Vandaar uit probeert ze een werkvergunning te krijgen voor haar ouders (wat niet lukt) en voor zichzelf een nieuw pleeggezin. Ze botst letterlijk tegen een man en zijn zoon op, die naar het opvangtehuis willen om een pleegkind bij hen te huisvesten. De zoon, Gary, is meteen gewonnen voor die vrijgevochten meid. Bij de familie Shepard krijgt ze meteen een andere naam, Frances. Als Frances moet ze niet alleen een vreemde taal leren, ze moet zich ook aanpassen aan de gewoonten van een orthodox-joods gezin. Voor de elfjarige Frances is het allemaal erg verwarrend. Tussen pagina 123 en 131 had ik de indruk dat de verhaallijn niet klopt. Een gevolg van knippen en plakken in een tekst? Frances moet naar de eerste klas, al is ze elf, omdat ze onvoldoende Engels kent. Mrs Shepard protesteert en besluit haar huisonderwijs te geven. Enkele gebeurtenissen verder zit ze toch in de eerste klas. Grote sprongen worden er hier en daar nog gemaakt zodat je als lezer al eens zelf aan het ‘plakken’ moet gaan. Met het Pesachfeest leert Frances het ware gezicht van haar pleegmoeder kennen als de gevreesde grootouders op bezoek komen. Doordat Gary door de week op kostschool is, groeit er langzaam aan een band tussen Mrs Shepard en Frances en Mrs Shepard wordt Amanda.. In Boek twee ‘Verduistering’ gaat het over periode 1939-40 en de gevolgen van de oorlog voor de Britten. Gary zegt aan Frances dat hij van plan is om bij Royal Navy te gaan in plaats van naar Oxford zoals zijn ouders willen, wat even later ook gebeurt. De ouders van Frances zijn ondertussen in Nederland aangekomen. Vader is fel verzwakt en wordt ondergebracht in een sanatorium. Mamu en tante en oom werken en ze hebben hun twee kinderen bij hen. Ze denken in Nederland veilig te zijn. Frances mag van de familie Shepard haar vriendin Bekka laten overkomen maar het transport vertrekt een dag te laat en doordat de oorlog is uitgebroken kan Bekka niet meer weg. Met een jongen uit het transport, Walter, heeft Frances nog altijd contact. Hij gaat Mr. Shepard (Matthew) helpen om filmvertoningen te verzorgen in een armenwijk in Londen. Hij vervangt Matthew als die naar het front in Noord-Frankrijk vertrekt. Omdat er luchtaanvallen op Londen dreigen, worden de kinderen geëvacueerd naar het platteland. Frances treft het niet in haar nieuwe pleeggezinnen. Gelukkig heeft ze Hazel als vriendin. Bovendien heeft Frances zich al zo vaak moeten aanpassen dat ze geleerd heeft van zich af te bijten. Ondertussen krijgt ze het bericht dat haar vader overleden is. Terug in Londen is ze alleen met Amanda. Walter komt bij hen wonen. Ze delen de ongerustheid over Matthew en Gary. Eind 1940 moeten de Britten zich noodgedwongen terugtrekken uit Frankrijk. Matthew is bij een van de boten met geredden. De nachtbombardementen nemen in intensiteit toe. Frances en Amanda slagen erin om samen de boel draaiende te houden. Aan het eind van boek twee suggereert de schrijfster dat Gary de oorlog niet zal overleven. Frances is merkwaardig wijs voor haar leeftijd; meer dan eens maakt ze bedenkingen waarbij je even stil staat. Boek drie ‘Thuisland’ gaat over de periode 1940-45. Alles en iedereen wordt ingeschakeld in de oorlogsmachinerie: vrouwen, jeugdbewegingen, kinderen en de mannen uiteraard. Vanaf juni 1941 stoppen de bombardementen maar met de bevoorrading van het eiland wordt het steeds erger. Na de aanval van de Japanners op Pearl Harbour mengen de Amerikanen zich in de oorlog. Frances is ondertussen veertien jaar geworden. Hoofdstuk 19 is een heel sterk hoofdstuk. Op 7 augustus 1942 wordt Gary’s schip getorpedeerd, er zijn geen overlevenden. De verbijstering wordt mooi verwoord: het bericht trekt hen allemaal mee de diepte in. Amanda, ondertussen Mum geworden voor Frances, is als versteend en onbereikbaar; Matthew huilt veel. Frances vraagt zich af hoe ze hen moet troosten en of ze al een volwaardige dochter is. Dat is een steeds weerkerende vraag: Wie of wat ben ik? Doordat Nederland zich heeft overgegeven moeten haar moeder en de rest van de familie onderduiken. Communicatie is niet meer mogelijk vanaf oktober 1942. Walter is opgeroepen om dienst te nemen in Noord-Afrika. Als hij op verlof komt, logeert hij bij de Shepards. Frances ondekt dat ze smoorverliefd is op Walter maar ze verbergt het.  Amanda heeft echter iets in de gaten. De geallieerden beginnen met het gooien van brandbommen op Duite steden. Frances hoort voor het eerst over vernietigingskampen. Oom Eric komt Frances opzoeken. Hij vertelt dat zijn beide dochtertjes in België opgepakt zijn en op transport naar Auschwitz gezet waar ze onmiddellijk vergast werden. Moeder en tante zijn ondergedoken in Nederland. Duitsland capituleert op 8 mei 1945. Walter wordt als tolk naar Duitsland gestuurd. Hij zal helpen bij de bevrijding van Bergen- Belsen. Moeder en tante zijn alsnog naar Auschwitz gebracht en van daar naar Bergen-Belsen. Tante sterft door ontbering, moeder overleeft en wordt door Walter bevrijd. Frances heeft een brief aan het Rode Kruis geschreven om haar vriendin Bekka naar Engeland te laten komen. Ze verneemt dat de familie Liebich op transport naar Letland is gezet in 1942. Later hoort ze dat het hele transport koelbloedig doodgeschoten is voor ze het kamp bereikten. De oorlog is gedaan maar de nasleep blijft. Frances weet niet meer wie ze als haar echte moeder beschouwt. Ze blijft haar moeder verwijten dat ze haar alleen naar Engeland gestuurd heeft. Van Amanda leert ze dat iemand kunnen loslaten juist een bewijs van grote liefde kan zijn: ‘Het enige wat ik kan doen is een kind teruggeven aan haar moeder’. Maar die moeder twijfelt: ‘Ik weet niet of ik nog iemand ben bij wie een jong meisje wil opgroeien.’  Amanda gaat met Frances mee naar Holland voor de eerste ontmoeting met haar moeder. Ze ziet een oud geworden vrouw voor zich: ‘Ze was niet gedood, maar vernietigd was ze wel. Ook zij was om het leven gekomen.’ In een epiloog lees je hoe het verder gaat. Frances gaat na drie maanden terug naar Engeland, ze trouwt met Walter en ze krijgen een dochtertje, Rebekka. Samen met Mum en Dad vaart ze naar de plaats waar Gary’s boot op de Atlantische Oceaan verging om hem alsnog de laatste eer te bewijzen. In een verantwoording zegt de schrijfster dat alleen de hoofdpersonen fictief zijn. Een ‘Klein Joods woordenboek’ sluit het boek af. Het vraagt enig doorzettingsvermogen om door deze kanjer te geraken maar het is zeer de moeite. Niet alleen leer je hoe moeilijk het was voor vluchtelingenkinderen om te weten wie ze waren, ook het omgaan met verlies wordt heel aangrijpend verteld. Je leest ook heel wat over Joodse gebruiken. Afgezien van de paar onduidelijke passages in het eerste boek is dit een zeer waardevol verhaal.

Annie Beullens
Jodenvervolging | Vluchtelingen | W.O. II | Groot-Brittannië
origineel: Liverpool Street (Duits) - Hilke Makkink (vertaler)