Hoofd boven water
De cover en achterflap zijn mooi geïllustreerd: Aster die Linus letterlijk boven water houdt, een rolstoel, een fluitje van de coach, slechte toetsen, een boek van Kafka en een witte kat, ijsjes en feesthoedjes. De titel en naam van de auteur zijn in golvende letters neergezet. Knap! Kleine tekeningen duiken op ter illustratie van de hoofdstukken.
In het eerste hoofdstuk maken we kennis met Aster. Hij heeft een reputatie opgebouwd: een jaar gedubbeld, spijbelaar, slechte schoolresultaten, houdt van feesten en kust zonder nadenken. Hij krijgt de kans van de directie om een schorsing te ontlopen door een maand lang buddy te worden van Linus. In hoofdstuk twee is het de beurt aan Linus. Hij heeft zijn toekomst vol gouden medailles uitgestippeld, tot een ongeluk hem met een gedeeltelijke dwarslaesi in een rostoel doet belanden. Linus komt na een aantal maanden afwezigheid (herstel, revalidatie en psychologische begeleiding) terug naar school. De twee jongens lijken op het eerste zicht tegenpolen. De vader van Aster weet niet van zijn bestaan af, moeder brengt veel tijd in Rome door voor haar werk, oma en opa houden goed contact. Hij is achttien en woont in een grote villa, rijdt met een dure auto en heeft alleen zijn kat Marcel en een hele bibliotheek als gezelschap. Linus komt uit een warm gezin en heeft een jongere zus. Hij kon zijn studies perfect combineren met zijn zwemtrainingen. Door het ongeval is er veel tijd en aandacht aan Linus besteed en is zijn moeder overbezorgd. Aster heeft geen zin in zijn buddyrol, maar misschien biedt het toch een mogelijkheid om de middelbare school af te ronden. Linus voelt zich niet gehoord in de toewijzing van een buddy en weigert aanvankelijk elke hulp. Gaandeweg leren de twee elkaar beter kennen en zijn er toch meer overeenkomsten dan ze zelf willen. De verschillende karakters, die zeer goed uitgewerkt zijn, zorgen voor dynamiek in het verhaal. Ze hebben een positieve invloed op elkaar. Afwisselend lezen we een hoofdstuk vanuit het oogpunt van Aster of Linus.
Het verhaal speelt zich af in een tijdspanne van een maand en vooral op de middelbare school. Het heeft een goede opbouw en verloop. Diversiteit komt ook aan bod: Aster is donker getint en panseksueel, Oona is moslima en beleeft de ramadan, Linus is blond/rossig met sproeten en zit in een rolstoel. Ook al snijdt de auteur gevoelige thema's aan, ze weet er hoop, warmte en zorg in te verweven. Ze hanteert een boeiende, beschrijvende stijl.
Het boek begint met een trigger warning, wat ons niet weerhield het verhaal graag te lezen. Er volgt nog een dankwoord waarin de auteur schrijft over de research die ze voor het boek deed. Deze jonge auteur is hiermee aan haar derde boek toe. Haar eerdere werken werden goed onthaald.