Het mooiste huis
Met zijn prentenboekdebuut toont de alom geprezen (kort)filmmaker en animator Pieter Coudyzer dat hij niet alleen met bewegende beelden verhalen kan vertellen, maar ook met verstilde illustraties en een sobere tekst. 'Niet zo lang geleden, in een land hier niet zo ver vandaan, leefde een jongen in een klein huisje aan de rand van een bos'. Die sprookjesachtige openingszin zet meteen de toon: dit lijkt het begin van een klassiek verhaal, maar Coudyzer kiest al snel voor een meer contemplatieve weg.
De jongen woont in een klein maar warm huisje. Er is een keukenhoek met oven, een gezellige leeshoek vol boeken en een knusse slaapplaats. Toch voelt het niet als thuis. Hij trekt eropuit, op zoek naar een huis dat beter bij hem past. Onderweg bezoekt hij verschillende plekken, maar geen ervan kan hem overtuigen. Behalve dat ene huis waar hij ’s nachts weer in zijn eigen bed van droomt. Het lijkt op het eerste zicht op zijn eigen huis al lijkt het meer in licht en leven onder de vorm van planten en dieren te baden.
De kracht van dit boek zit in de combinatie van tekst en beeld. De woorden zijn sober en zorgvuldig opgebouwd, waardoor er veel ruimte blijft voor de verbeelding van de lezer. Toch zijn het vooral de illustraties die indruk maken. Coudyzer speelt subtiel met licht, kleur en sfeer. Zijn melancholische beelden versterken het gevoel van eenzaamheid van de jongen, maar ook zijn hoopvolle zoektocht
Bij het boek horen bovendien kamishibaiplaten, waardoor het verhaal ook als vertelkastje kan worden gebracht. Dat biedt de mogelijkheid om het nog intenser vanuit de beelden te beleven.
Dit debuut is een sfeervol en filosofisch prentenboek dat lang bijblijft. Een verhaal over zoeken, verlangen, dromen en misschien ook wel ontdekken dat wat je zoekt soms dichterbij ligt dan je denkt.