Hans en Grietje

Toen aan Stephen King gevraagd werd of hij het leuk zou vinden om een nieuwe interpretatie van Hans en Grietje te schrijven die zou aansluiten bij de illustraties die Maurice Sendak eerder maakte voor een toneelversie, had hij meteen interesse. Twee illustraties spraken hem bijzonder aan. Eén van de boze heks op een bezemsteel met een zak vol gekidnapte kinderen achterop en de andere van het beruchte snoephuisje dat verandert in een angstaanjagend gezicht. Bij die laatste illustratie dacht hij: ‘Dit is hoe het huis er echt uitziet, in-en-in duivels en het laat dat gezicht alleen maar zien als de kinderen zich even omdraaien.’ Voor hem was dat de essentie van het verhaal: een combinatie van een vrolijke buitenkant en een duister en gruwelijk midden en dappere vindingrijke kinderen.

King laat de structuur van het bekende verhaal grotendeels intact, maar graaft dieper in de psychologische schaduwen. De stiefmoeder krijgt een giftige overtuigingskracht die haar bijna mythisch maakt: met venijnige logica fluistert ze de kinderen hun lot toe: "Beter een snelle dood in de bek van een wolf dan langzaam wegteren thuis." Zinnen die je even doen huiveren omdat ze maar al te menselijk aanvoelen.

Hij schrapte de passage waarbij een magische eend de kinderen naar de overkant van het meer brengt. Ook voegde hij geregeld engelen toe aan het verhaal. Ze verschijnen in Grietjes dromen. Even twijfelen de kinderen of de dikke witte duif die hen naar het huisje van de heks leidt een engel in vermomming is. Maar snel blijkt het een verraderlijke vogel te zijn die hen naar ‘Rhea van de Cöos’, zo heet de heks in dit verhaal, brengt. Een heks die er bij hun aankomst als een vriendelijk vrouwtje met lachrimpels om haar ogen en mond uitziet maar zodra de kinderen hun aandacht afwenden verandert in een lelijke oude heks met scheve tanden, een wrat op haar neus en gele, halfblinde ogen. Ze lijken op dezelfde gele ogen als die van de Maximonsters uit het meest bekende boek van Sendak, Max en de Maximonsters.

Ook al brengt King het sprookje best grimmig en zorgt hij voor dramatische details, toch zijn het vooral de illustraties die deze uitgave tot een kleinood maken. Sendaks tekeningen lijken op het eerste gezicht zacht en speels, soms bijna teder. Maar wie langer kijkt, merkt hoe de dreiging tussen de kronkelende lijnen sluipt: een snoephuis dat zijn façade laat verschuiven in een demonisch gezicht, een heks die nét iets te strak naar de kinderen kijkt. Het is precies die dubbelzinnigheid, lieflijk van ver, angstaanjagend van dichtbij, die het sprookje voor volwassenen opnieuw tot leven wekt.

Een must voor liefhebbers van moderne sprookjes, kunstzinnige kinderboeken en iedereen die nog weet hoe het voelt om als kind naar iets moois te kijken en pas later te zien hoe gevaarlijk het eigenlijk was.