Voorlezen aan een groep jonge kinderen

Zorg dat je het gekozen boek zelf goed kent (een openingszin, structuur en prenten). Let erop dat de prenten in het boek niet te druk of overweldigend zijn, dat de prenten groot genoeg en duidelijk zijn zodat iedereen ze goed kan zien, en dat er niet te veel tekst per prent is.
Kies eerder twee korte verhalen dan één lang.
Bedenk op voorhand welke ‘opdrachtjes’ je de kinderen bij het boek kan laten doen: een eendje nadoen, zwemmen als een vis, springen als een kikker, samen de poes roepen om te komen drinken, een liedje zingen, …

Verzeker je ervan dat de kinderen rustig zijn en goed zitten voor je begint te lezen. Je zet ze best op een stoeltje, in een halve kring voor jou. Zorg dat je zelf comfortabel zit, een beetje hoger dan de kinderen.
Niet te veel aarzelen, dadelijk beginnen.

  • Maak kort kennis met je publiek. Maak oogcontact met alle kindjes. Vraag eventueel hun naam.
  •  Laat eerst de cover zien, lees de titel voor. ‘Waarover zou het gaan?’ Maak hen nieuwsgierig.
  • Wijs aan en benoem.
  • Varieer met een liedje, versje, dans of toverspreuk …
  • Laat de kinderen meedoen. Je kan vragen stellen, prenten uitbeelden, geluiden maken… Maar let erop dat ze nog mee zijn met het verhaal. Dwaal niet te veel af.
  • Bij de allerkleinsten mag je met een gerust hart overdrijven! Ritme, bewegingen en herhaling vinden ze heel plezant!
  • Lees het boek meerdere keren voor, herhaling spreekt kinderen aan.
  • Je kan het boek achterstevoren vasthouden zodat de kinderen de prenten zien terwijl jij leest. Maar soms is het makkelijker om eerst voor te lezen en daarna de prent te tonen (vooral voor iets oudere kinderen, ongeveer vanaf drie jaar).
  • Dwing minder taalvaardige kinderen niet tot praten of nazeggen, maar moedig hen aan door een knipoog, door een vraagje te stellen, door hen aandacht te geven.  

Interactie is van groot belang. Dit wil daarom niet zeggen dat je het hele verhaal in je eigen woorden vertelt. Voorlezen is een manier om kinderen vertrouwd te maken met geschreven taal en de codes van een verhaal. Het draagt bij tot ‘ontluikende geletterdheid’.